DiDi

Dichters op Dinsdag

Flower

DiDi 130 | Dertig

Thirtysomething

Aflevering 30 alweer, de tijd vliegt!

toen ik twintig was of tien of net niet,
hoe anders schopte ik mijn schoenen uit,
spreidde mij: gezicht naar muur, rechterzij,

foetusstijl. tot ik tussen dromen liep, zo
schijnt. de nacht liet niets achter voor
de dag, geen gelukskoekje, geen zwart.

ik kleurde plots. ergens trof ik een groot
prinsheerlijk deel van mij. het dwong
mijn hoofd omhoog, de neus in bloesems.

Het gedicht is van David Troch en is getiteld een man wordt dertig.

DiDi 129 | Boeken

Een trein vol vlinders

Morgen begint de boekenweek weer. Titaantjes – Opgroeien in de letteren is het thema. Dat leek mij iets te abstract voor DiDi, maar boeken is ook een mooi thema. En boeken hebben hun geschiedenis zoals Lucebert het zo mooi verwoord.

het boek is nog niet uit
het is wel een uiterst klein dun boek
een handboek een schemerboek
in de boekenkast is het altijd zoek
ook valt het van tafel in het niets
valt het tussen de woorden van praters
tussen het gebrul van elokwente sprekers
ver weg ontbladert het in het witte woud
schurftig komt het soms terug zacht
is zijn vragend oogopslag in een hoek
vergeten gaat het liggen en vergeelt
tussen de onverschillige pissebedden
wordt het een stehgeiger voor stijfkoppige
dovemansoren geen eenvoudige boodschap
verlaat meer het boek het is slaapwekkend
ook de lezer is slaapwekkend maar die eet
vrijt slaapt en doet aan krachtsport
die werkt zich zeker tevreden in het zweet
die danst met hanetred rond zijn windei
en bereikt zo de juiste vorm de hemel op aarde

De foto is genomen tijdens de boekenweek van 2009.

DiDi 128 | Inkt

018 | Ballpoint

Onontbeerlijk voor de dichter: inkt. Lastig als je dan, zoals Bas Belleman, een inktallergie hebt.

zachte nagels, de allerzachtste nagels
zachte tanden, de allerzachtste tanden

ik ben een mens maar dat zijn er wel
meer en het zijn er te veel
ik heb nauwelijks recht van spreken

verwacht niet mijn teksten met een beitel
in de muur ik heb een ergonomisch toetsenbord
anti-RSI de allerzachtste geruisloze toetsen

ik heb een inktallergie en een laserprinter

DiDi 127 | Humeur

126 | Spaghetti

Laten we het nu eens niet over het weer hebben want daar wordt je toch alleen maar humeurig van…

Mijn humeur is als spaghetti die
te lang bleef liggen in de klamme
uren durende minuten van november
gestruikeld over de r

en te humeurig om terug op te staan
te humeurig om te blijven liggen zelfs te humeurig
om ook maar iets anders te bedenken
waarvoor het niet te humeurig is

Hoofdpijn hebben bv.

Het gedicht is van Jo Govaerts, de spaghetti at ik 11 december 2008.

DiDi 126 | Moe

Bakken vol met sneeuw [0652]

Vijf weken terug was ik nog blij dat de sneeuw een week bleef liggen zodat ik het als thema kon brengen Ondertussen ben ik er moe van. Vanochtend lag er alweer een sneeuwdekentje over de wereld, in ieder geval over mijn stukje van de wereld. En het land, Het land is moe in het gedicht van Drs. P.

Het land is moe
De hemel grijs
De wind is koud
Zo koud als ijs
Mijn jas is dun
De kleur is vaal
De weg is lang
De boom is kaal

Mijn rug is krom
En macht is recht
De lucht is vuil
Het brood is slecht
Het dak is lek
De vloer is rot
De ruit is stuk
Het kind is zot

La la la la
Etcetera

De muur is klam
Het licht is zwak
De hond is vals
De stoel is wrak
Het geld is krap
Het brood is slecht
Of had ik dat
Al eens gezegd?

Het oog is dof
Het bloed is rood
Het haar is grijs
Het paard is dood
Het vlees is taai
Het werk is zwaar
Het bier is duur
Het lied is klaar

Het zelfportret is van vorige week woensdag, toen er ook al een vers pak sneeuw was gevallen. Ook toen werd ik er al moe van ;-)

DiDi 125 | Februari

It's the sun!

Het is maar verdomd koud vandaag, wat mij betreft wordt het tijd voor een lente zonnetje, zoals in Paul Rodenko’s gedicht Februarizon

Weer gaat de wereld als een meisjeskamer open
het straatgebeuren zeilt uit witte verten aan
arbeiders bouwen met aluinen handen aan
een raamloos huis van trappen en piano’s.
De populieren werpen met een schoolse nijging
elkaar een bal vol vogelstemmen toe
en héél hoog schildert een onzichtbaar vliegtuig
helblauwe bloemen op helblauwe zijde.

De zon speelt aan mijn voeten als een ernstig kind.
Ik draag het donzen masker van
de eerste lentewind.

DiDi 124 | Blues

Hier komt de regen met bakken uit de hemel, elders in het land is het sneeuw, of hagel, misschien zelfs wel ijzel. Het zout is op, de goede voornemens zijn mislukt, tijd voor de blues.

Geen geld.
Geen vuur.
Geen speed.

Geen krant.
Geen wonder.
Geen weed.

Geen brood.
Geen tijd.
Geen weet.

Geen klote.
Geen donder.
Geen reet.

Het gedicht is van Jules Deelder en heet Blues on tuesday.

DiDi 123 | Zelfportret

Zelfportret [0452]

1 januari 2008 begon ik met het fotograferen van een dagelijks zelfportret. Ik hield dat vol tot eind oktober 2009, zeshonderdzesenzestig zelfportretten op rij. En nu in januari ben ik begonnen aan een wekelijks zelfportret, want dagelijks blijkt soms toch wel wat teveel te wezen.

Het wonderlijke is: als je jezelf zo vaak ziet, je toch telkens weer wat anders ziet, of een ander aspect. Rutger Kopland schreef daar een mooi gedicht over, toepasselijk getiteld Zelfportret.

Je ziet een man in de tuin
hij lijkt verzonken in zichzelf
die man ben ik, ik weet het
maar als je lang kijkt naar een foto
van jezelf verval je in gepeins –
wie je bent en wie je bedoelt
als je ik zegt, enzovoort
ik kijk en kijk in dat gezicht
en inderdaad – ben ik dat?
over het ik is veel nagedacht
ook door mij, maar de meningen
lopen nog steeds ver uiteen
ook die van mij – zoals dat gaat
met woorden die niet kunnen
worden begrepen
niemand heeft ooit zichzelf gezien
maar het verlangen blijft
naar het onzichtbare ik
je zoekt in wat er van je
overbleef een man in de tuin

DiDi 122 | Wachten

Een mens wacht wat af

Sinds eind november ben ik bezig met een serie foto’s rond het thema wachten. Zodra ik ergens moet wachten pak ik mijn telefoon, richt die op mijn voeten en maak daar een foto van. Vaak serieus, voor de kassa in de supermarkt bijvoorbeeld, soms wat abstracter, op de weegschaal; wachten tot ik een ons weeg.
Ook op Dichters op Dinsdag is het wel eens wachten, een mooi thema dus. Joke van Leeuwen heeft zelfs Vier manieren om op iemand te wachten:

1. Zittend. Denkend aan liggen. Je handen
strijken rimpels in het tafellaken glad
rond een gerecht dat moeilijk en te veel
voor twee en niet als op het plaatje is,
maar ruikt, het ruikt de ramen uit, het
doet zijn best niet in te zakken, zoals
een ingehouden buik niet bol te zijn -
ook andersom is vergelijken.

2. Lopend. Bijvoorbeeld naar de ramen
en terug en toch weer naar de ramen,
omdat geluid zich buigt naar wat je
horen wilt, maar het niet is. Er danst
een stoet voorbij, verklede mensen die
iets onverstaanbaars juichen, van elkaar
goed weten hoe ze heten en te kijken
dansen dat je kijken moet.

3. Staand. Bij een ingang, uitgang waar je zei
dat, maar er zijn er drie, je weet niet meer
of die of deze. Van blijven staan komt
niemand tegen, maar met bewegen
wordt haast bereikt wat net verdween.
Zeker nog niet gezegd wie blijft en wie
beweegt en wie dan wie wanneer
en van hoe ver weer ziet.

4. Niet.

De foto is een collage van de eerste 36 wachten foto’s.

DiDi 121 | Sneeuw

Haiku

Het is maar goed dat de sneeuw nog een week is blijven liggen, nu kan dat alsnog mooi het thema zijn. Premier Balkenende vindt het een goed idee als iedereen zijn stoepje sneeuwvrij houdt. Maar is dat wel altijd zo raadzaam? Toen ik afgelopen weekend een keer ’s nachts naar huis wandelde waren de geveegde stoepjes gladder dan daar waar er niet geveegd was. En ook de Japanner Matsuo Bashõ (1644-1694) heeft er zo zijn twijfels over in deze haiku:

de tuin aanvegend
vergat hij gewoon de sneeuw -
en ook de bezem