DiDi

Dichters op Dinsdag

Flower

Archive for the ‘Thema’ Category

DiDi 134 | Kleur

Bergen aan Zee

Ik ga weer eens met verf en kwasten aan de slag. Op doek, niet op de muur. Die muren komen later wel. Ik zit aan fluorescerend groen te denken, maar blauw is ook mooi. Zoals in het gedicht van Hans Andreus De blauwe bussen.

Er rijden blauwe bussen
door de wijnrode straten
er lopen paarse mensen
alle mensen zijn paars.

En er staan lila luchten
rondom de gele zon met
het meer oranje zonlicht
boven de schotse daken.

Maar alles is gelogen
want alles hier is grijs
alleen de bussen rijden
blauw maar eenzaam de straat uit.

De foto is genomen op het strand van Bergen aan Zee vorige week, de nabewerking levert een resultaat op dat aan Rothko doet denken en vormt de inspiratie om de kwast weer eens op te pakken.

DiDi 133 | Stemming

Met je tong op de straatstenen

Hoe de stemming er in te houden vraagt Arthur Lava in het volgende gedicht. Goeie vraag.

Hé bermtoerist
langs de uitvalsweg van je verlangens.

Hé vaandelzwaaier
op de afslag Wanhoop-Noord.

Laat je toch niet verneuken man,
je hoofd is echt geen voddenkraam
vol vergane geestdrift.
Wie heeft je dat ooit wijsgemaakt?

Kom op, de vlegeljaren zijn
nog altijd op de pof.
Vannacht gaan we de kroegen af
en maken zelfbedrog het hof.

DiDi 132 | Ontluiken

Lente moet je afdwingen

Lente ligt zo voor de hand dus ik dacht, kom, doe daar eens een variant op. En als alles dan toch anders moet ook maar eens wat anders dan een hedendaags gedicht, uit het Gruuthuse handschrift:

Ic badt der liefster vrouwen mijn.
God gheve dat mir becliven moet,
Of anders sal verlanghens pijn
Verdwinen al mijns hertzen bloet.
No vruecht, no heil, no scat, no goet
En mach mi helpen niet een blat,
Doet si mi niet dat ic huer bat.

Ghebloiet staet een gardelijn,
So vaste nye ghein in mi en stoet
God groetu, joncfrauwe edel, fijn,
Dat rijs haenstu in dijn behoet.

Sal dan mijn gaert ghedurich sijn,
Blijft mi ghestalt toot heilde zoet.
Want ich wil emmer bliven dijn,
Dat saltu zeker werden vroet.
No vruecht, no heil, no scat, no goet
En mach mi helpen niet een blat,
Doet si mi niet dat ic haer bad.

De krokus is ondertussen alweer uitgebloeid.

DiDi 131 | Geluk

“Je hebt gewoon geen geluk”, kreeg ik gisteren te horen. En zonder geluk vaart niemand wel. Niet dat ik nu zo ongelukkig ben, welnee. Het gedicht is van Mark Boog en is getiteld Geluk.

Het geluk is overkomelijk. Men plaatst het
in een vitrine en gaat aan het werk.
Wie ernaar vraagt krijgt het te zien,
onder weloverwogen commentaar.

Het is gebruikelijk om ’s avonds achterover
te zitten en het geluk, zoals dat beschaafd
verlicht tentoongesteld staat, te beschouwen.
Men stoot de deelgenoot erover aan.
Die knikt of zegt heel zachtjes: ‘Ja.’

In hoeverre het geluk ons bepaalt
is niet eens een vraag: totaal. Wij zijn niets
dan ons geluk, en het geluk is waar wij zijn.

Slechts tijdens het afnemen van de glasplaat
slaan we soms de ogen neer. De vochtige
doek hangt slap in onze handen. Zo mooi.

DiDi 130 | Dertig

Thirtysomething

Aflevering 30 alweer, de tijd vliegt!

toen ik twintig was of tien of net niet,
hoe anders schopte ik mijn schoenen uit,
spreidde mij: gezicht naar muur, rechterzij,

foetusstijl. tot ik tussen dromen liep, zo
schijnt. de nacht liet niets achter voor
de dag, geen gelukskoekje, geen zwart.

ik kleurde plots. ergens trof ik een groot
prinsheerlijk deel van mij. het dwong
mijn hoofd omhoog, de neus in bloesems.

Het gedicht is van David Troch en is getiteld een man wordt dertig.

DiDi 129 | Boeken

Een trein vol vlinders

Morgen begint de boekenweek weer. Titaantjes – Opgroeien in de letteren is het thema. Dat leek mij iets te abstract voor DiDi, maar boeken is ook een mooi thema. En boeken hebben hun geschiedenis zoals Lucebert het zo mooi verwoord.

het boek is nog niet uit
het is wel een uiterst klein dun boek
een handboek een schemerboek
in de boekenkast is het altijd zoek
ook valt het van tafel in het niets
valt het tussen de woorden van praters
tussen het gebrul van elokwente sprekers
ver weg ontbladert het in het witte woud
schurftig komt het soms terug zacht
is zijn vragend oogopslag in een hoek
vergeten gaat het liggen en vergeelt
tussen de onverschillige pissebedden
wordt het een stehgeiger voor stijfkoppige
dovemansoren geen eenvoudige boodschap
verlaat meer het boek het is slaapwekkend
ook de lezer is slaapwekkend maar die eet
vrijt slaapt en doet aan krachtsport
die werkt zich zeker tevreden in het zweet
die danst met hanetred rond zijn windei
en bereikt zo de juiste vorm de hemel op aarde

De foto is genomen tijdens de boekenweek van 2009.

DiDi 128 | Inkt

018 | Ballpoint

Onontbeerlijk voor de dichter: inkt. Lastig als je dan, zoals Bas Belleman, een inktallergie hebt.

zachte nagels, de allerzachtste nagels
zachte tanden, de allerzachtste tanden

ik ben een mens maar dat zijn er wel
meer en het zijn er te veel
ik heb nauwelijks recht van spreken

verwacht niet mijn teksten met een beitel
in de muur ik heb een ergonomisch toetsenbord
anti-RSI de allerzachtste geruisloze toetsen

ik heb een inktallergie en een laserprinter

DiDi 127 | Humeur

126 | Spaghetti

Laten we het nu eens niet over het weer hebben want daar wordt je toch alleen maar humeurig van…

Mijn humeur is als spaghetti die
te lang bleef liggen in de klamme
uren durende minuten van november
gestruikeld over de r

en te humeurig om terug op te staan
te humeurig om te blijven liggen zelfs te humeurig
om ook maar iets anders te bedenken
waarvoor het niet te humeurig is

Hoofdpijn hebben bv.

Het gedicht is van Jo Govaerts, de spaghetti at ik 11 december 2008.

DiDi 126 | Moe

Bakken vol met sneeuw [0652]

Vijf weken terug was ik nog blij dat de sneeuw een week bleef liggen zodat ik het als thema kon brengen Ondertussen ben ik er moe van. Vanochtend lag er alweer een sneeuwdekentje over de wereld, in ieder geval over mijn stukje van de wereld. En het land, Het land is moe in het gedicht van Drs. P.

Het land is moe
De hemel grijs
De wind is koud
Zo koud als ijs
Mijn jas is dun
De kleur is vaal
De weg is lang
De boom is kaal

Mijn rug is krom
En macht is recht
De lucht is vuil
Het brood is slecht
Het dak is lek
De vloer is rot
De ruit is stuk
Het kind is zot

La la la la
Etcetera

De muur is klam
Het licht is zwak
De hond is vals
De stoel is wrak
Het geld is krap
Het brood is slecht
Of had ik dat
Al eens gezegd?

Het oog is dof
Het bloed is rood
Het haar is grijs
Het paard is dood
Het vlees is taai
Het werk is zwaar
Het bier is duur
Het lied is klaar

Het zelfportret is van vorige week woensdag, toen er ook al een vers pak sneeuw was gevallen. Ook toen werd ik er al moe van ;-)

DiDi 125 | Februari

It's the sun!

Het is maar verdomd koud vandaag, wat mij betreft wordt het tijd voor een lente zonnetje, zoals in Paul Rodenko’s gedicht Februarizon

Weer gaat de wereld als een meisjeskamer open
het straatgebeuren zeilt uit witte verten aan
arbeiders bouwen met aluinen handen aan
een raamloos huis van trappen en piano’s.
De populieren werpen met een schoolse nijging
elkaar een bal vol vogelstemmen toe
en héél hoog schildert een onzichtbaar vliegtuig
helblauwe bloemen op helblauwe zijde.

De zon speelt aan mijn voeten als een ernstig kind.
Ik draag het donzen masker van
de eerste lentewind.