Archive for the ‘Thema’ Category
DiDi 139 | Ochtend
Duidelijk niet mijn favoriete moment van de dag, de ochtend. Het is altijd te vroeg. En dus rijkelijk laat met het thema van vandaag.
Ik lig hier
te wachten op later.
Ik adem nog zachtjes
als water
en elk van mijn ogen is dicht –
alsof er een schelpje op ligt
waardoor ik de dag
niet kan zien.
Misschien
is de ochtend
een strand.
Kijk kijk,
in mijn ooghoeken:
zand.
Het gedicht is kinderpoëzie van Edward van de Vendel en heet Ochtend, afkomstig uit de bundel Superguppie.
DiDi 138 | Parijs
Van de liefde naar Parijs is maar een kleine stap. Ik lees momenteel de brieven die Jan Wolkers vanuit Parijs naar Annemarie Nauta schreef. Het verblijf van Remco Campert in de jaren vijftig werd ook aangestipt. Van hem het gedicht Straattheater
In de zoele middagwind
zat ik op een bankje
op de Boulevard du Général Leclerc
naast een oude heer
die Indochina nog had meegemaakt
rozet in zijn knoopsgat
witte sjaal om zijn uitgedroogde hals
en een mormel van een hondje
aandachtig aan zijn voet
toen Sophie Marceau actrice
die ik kende uit de bladen
vergezeld van haar fotograaf
uit een limousine stapte
en bij het lichtjes vasthouden
van haar zonnehoed
haar roomblanke oksel toondehet hondje kefte
en de oude heer en ik
we stonden als één man op
zongen een liedje
maakten kleine pasjes
draaiden met onze kontmaar zij zag ons niet
De straattheaterfoto komt uit Deventer, vorig jaar geschoten tijdens Deventer op stelten. In Parijs ben ik nooit geweest.
DiDi 137 | & Liefde
En tot slot de liefde. Zo mooi verwoord door Tjitske Jansen in Liefste,.
Liefste,
Op deze dag zo grijs als haring schrijf ik je een brief waarin het waait
en meeuwen door de wind gedragen cirkels maken in de haven
touwen ijzer hout en letters blauw en wit en netten tonnen plastic
zakjes palen containers apparaten waar ik niks van snap masten
vlaggen ramen schepen overal vandaan overal geweest en ik hoef
nergens om te vragen. Alles is hier alen jij kent de zee jij vaart op haar jij vecht met haar om wat zij missen
kan – elk schip dat hier nu ligt wordt een schip waar jij op was elke
meeuw die hier nu vliegt een meeuw die jij ook zag en ik hou van
jou geloof ik en ik weet het trouwens zeker maar wat ben ik blij dat jij
al een beminde hebt want alles is hier al en ik hou zo van verlangen
en ik hou zo van alleen zijn en ik hou zo van het denken dat het zou
kunnen als het kon.
DiDi 136 | Hoop
Deel twee van het drieluik Geloof, Hoop en Liefde gaat over hoop. Al is het maar een Sprankje zoals in het volgende gedicht van Martin Bril.
Roken, zo lees ik op mijn pakje
John Player Special, veroorzaakt
Dodelijke longkanker, waaruit
Je kunt opmaken dat er ook
Longkanker is die niet dodelijk isEen sprankje hoop, maar meer
Ook niet, en wat is trouwens
Een sprankje, wie weet dat nog?
De foto uit de oude doos heb ik genomen in 2006, naar aanleiding van bovenstaand gedicht.
DiDi 135 | Geloof
Een drieluik: Geloof, Hoop en Liefde. Drie thema’s voor de prijs van een. Laten we beginnen met geloof. En geen betere dichter die daar bij past dan J.A. dèr Mouw, het hogere nastreven maar het dagelijkse er niet om laten (zoals dat zo passend op de bloemlezing Je bent de wolken en je bent de hei staat vermeld).
God’s wijze liefde had ‘t heelal geschapen:
Vol lente, net als de appelbomen bloeien;
Weldadig-groen liet voor het vee Hij groeien
Het gras, voor ons doperwtjes en knolrapen,‘T varken om spek en ham, om wol de schapen,
Om boter, kaas, melk, leer, vlees, been de koeien;
Waar steden zijn, liet hij rivieren vloeien;
Het zonlicht spaarde Hij uit, als wij toch slapen.De sterren schiep Hij, om de weg te wijzen
Aan brave kooplui op stoutmoed’ge reizen;
Hij schiep kaneel, kruidnagels, appelsientjes,Het ijzer voor de ploeg, het hout voor huizen,
Hij schiep het zink voor waterleidingbuizen,
En ‘t goud voor ringen, horloges en tientjes.
Hoop komt in DiDi 136 aan bod, de liefde moet wachten tot DiDi 137.
DiDi 134 | Kleur
Ik ga weer eens met verf en kwasten aan de slag. Op doek, niet op de muur. Die muren komen later wel. Ik zit aan fluorescerend groen te denken, maar blauw is ook mooi. Zoals in het gedicht van Hans Andreus De blauwe bussen.
Er rijden blauwe bussen
door de wijnrode straten
er lopen paarse mensen
alle mensen zijn paars.En er staan lila luchten
rondom de gele zon met
het meer oranje zonlicht
boven de schotse daken.Maar alles is gelogen
want alles hier is grijs
alleen de bussen rijden
blauw maar eenzaam de straat uit.
De foto is genomen op het strand van Bergen aan Zee vorige week, de nabewerking levert een resultaat op dat aan Rothko doet denken en vormt de inspiratie om de kwast weer eens op te pakken.
DiDi 133 | Stemming
Hoe de stemming er in te houden vraagt Arthur Lava in het volgende gedicht. Goeie vraag.
Hé bermtoerist
langs de uitvalsweg van je verlangens.Hé vaandelzwaaier
op de afslag Wanhoop-Noord.Laat je toch niet verneuken man,
je hoofd is echt geen voddenkraam
vol vergane geestdrift.
Wie heeft je dat ooit wijsgemaakt?Kom op, de vlegeljaren zijn
nog altijd op de pof.
Vannacht gaan we de kroegen af
en maken zelfbedrog het hof.
DiDi 132 | Ontluiken
Lente ligt zo voor de hand dus ik dacht, kom, doe daar eens een variant op. En als alles dan toch anders moet ook maar eens wat anders dan een hedendaags gedicht, uit het Gruuthuse handschrift:
Ic badt der liefster vrouwen mijn.
God gheve dat mir becliven moet,
Of anders sal verlanghens pijn
Verdwinen al mijns hertzen bloet.
No vruecht, no heil, no scat, no goet
En mach mi helpen niet een blat,
Doet si mi niet dat ic huer bat.Ghebloiet staet een gardelijn,
So vaste nye ghein in mi en stoet
God groetu, joncfrauwe edel, fijn,
Dat rijs haenstu in dijn behoet.Sal dan mijn gaert ghedurich sijn,
Blijft mi ghestalt toot heilde zoet.
Want ich wil emmer bliven dijn,
Dat saltu zeker werden vroet.
No vruecht, no heil, no scat, no goet
En mach mi helpen niet een blat,
Doet si mi niet dat ic haer bad.
De krokus is ondertussen alweer uitgebloeid.
DiDi 131 | Geluk
“Je hebt gewoon geen geluk”, kreeg ik gisteren te horen. En zonder geluk vaart niemand wel. Niet dat ik nu zo ongelukkig ben, welnee. Het gedicht is van Mark Boog en is getiteld Geluk.
Het geluk is overkomelijk. Men plaatst het
in een vitrine en gaat aan het werk.
Wie ernaar vraagt krijgt het te zien,
onder weloverwogen commentaar.Het is gebruikelijk om ’s avonds achterover
te zitten en het geluk, zoals dat beschaafd
verlicht tentoongesteld staat, te beschouwen.
Men stoot de deelgenoot erover aan.
Die knikt of zegt heel zachtjes: ‘Ja.’In hoeverre het geluk ons bepaalt
is niet eens een vraag: totaal. Wij zijn niets
dan ons geluk, en het geluk is waar wij zijn.Slechts tijdens het afnemen van de glasplaat
slaan we soms de ogen neer. De vochtige
doek hangt slap in onze handen. Zo mooi.
DiDi 130 | Dertig
Aflevering 30 alweer, de tijd vliegt!
toen ik twintig was of tien of net niet,
hoe anders schopte ik mijn schoenen uit,
spreidde mij: gezicht naar muur, rechterzij,foetusstijl. tot ik tussen dromen liep, zo
schijnt. de nacht liet niets achter voor
de dag, geen gelukskoekje, geen zwart.ik kleurde plots. ergens trof ik een groot
prinsheerlijk deel van mij. het dwong
mijn hoofd omhoog, de neus in bloesems.
Het gedicht is van David Troch en is getiteld een man wordt dertig.
You are currently browsing the archives for the Thema category.








