Archive for December, 2009
DiDi 119 | Een toost
Dames en heren, welkom bij de kerstborrel van Dichters op Dinsdag. Het jaar loopt bijna ten einde maar wij nog niet, wij zijn pas begonnen. Natuurlijk ondervinden ook wij hinder van de crisis, of die nu van financiële aard is of van Mexicaanse. We hebben hoe dan ook te weinig tijd voor het uitzoeken van een mooi gedicht, al dan niet onder de baas zijn tijd. Of te weinig tijd om zelf te dichten, wederom al dan niet onder de baas zijn tijd. Toch breng ik een toost uit. Op jullie, de deelnemers, en op de poëzie die ook in deze tijd van crisis troost, warmte, een glimlach of stof tot nadenken kan brengen. En niets tootst beter dan Koning Alcohol, een gedicht van Jan Eijkelboom. Proost, op jullie gezondheid!
Ik drink me elke dag weer dood
en sta als Lazarus weer op
met nog een graflucht om mij heen
die als bij toverslag verdwijnt
wanneer Hij mij een kelk aanreikt
vol koel en helder vocht
dat dan nog jong en klaar mag heten
al zal je later op de dag weer weten
dat Oude Snik of Oude Vlek
- bestaan die merken nog? -
op elke fles zou moeten staan
die door de slijter wordt gesleten.
Dichters op Dinsdag is op kerstreces tot 5 januari, tot dan!
DiDi 118 | IJsvrij
Eindelijk winter! Niets mooier dan ’s nachts lekker koud en overdag een zonnetje. Een paar van dat soort dagen en de ijzers kunnen weer onder gebonden worden. Uiteraard is er het een en ander gedicht over schaatsen. Vondel en Hooft dichten er over maar bovenal Bredero. Graag had ik op deze plaats een lied van hem geplaatst met daarin de regels “nooit had ik meer verblijen als ’s winters in het rijen”. Ook in zijn toneelstuk Moortje besteede hij aandacht aan het schaatsen: “Die haeckten in huer schaets, so dat de goet-hart stort, En vil een harde smack, o dat ick my niet doot lach; Wangt sy vil op haer nues, so datmer Aal-korf bloot sach.” Her en der lees je op internet dat hij zelfs gestorven is na door het ijs gezakt te zijn, daar is echter niets van waar. Hij stierf in augustus 1618. Het bewuste lied waar deze regels uit komen heb ik echter zo snel niet kunnen vinden. In plaats daarvan dit titelloze sonnet van J.A. Dèr Mouw.
Dof violet is ‘t west en paarsig grijs.
Nog wandel ‘k door het zwaar berijpte gras,
En hoor naast me op de vaart het fijn gekras
Van schaatsen over ‘t hol rinkelend ijs:Ik heb ‘t gevoel, of ‘k op ‘t bevroren glas
Cirk’lend, zwevend, zwenkend op kunst’ge wijs,
Met ‘t buigend bovenlichaam daal en rijs:
‘T is in mijn rug, of ‘k zelf op schaatsen was.Zo hoop ‘k dat, langs wiens geest mijn verzen glijen,
Alleen, in paren, of in lange rijen,
Schomm’lend op maat en rijm van hollands staal,Dat hij de wind, die mij droeg, zelf hoort waaien,
En ‘t fijn slieren en ‘t heerlijk brede zwaaien
Voelt van zijn eigen stemming in mijn taal.
De foto is genomen tijdens de vorige vorstperiode, afgelopen januari.
DiDi 117 | Jaarlijstje
Een beetje vreemd thema maar het is er natuurlijk wel tijd voor: het beste van 2009. Het mooiste gedicht, de beste bundel, van mijn part de beste bundel die je dit jaar gelezen hebt, al komt ie uit 1987. Het beste gedicht dat je zelf schreef dit jaar, of een jaaroverzicht op rijm, al dan niet persoonlijk.
De mooiste bundel die ik zelf las is Zwaan kleef aan, samengesteld door Henny Vrienten. Een heel boeiende bundel waarbij het ene gedicht thematisch volgt op het andere gedicht. Zwaan van Federico García Lorca wordt gevolgd door Kleef aan van Eva Gerlach, Hurrahing in Harvest van Gerrard Manley Hopkins volgt op Hoera! De herfst komt van H.H. ter Balkt. Die laatste gaf als enige geen toestemming om zijn gedicht op te laten nemen, een beetje sneu als je het mij vraagt. Om het boekje compleet te maken:
De roodkoperen kont van de kunst
Wordt door velen gekust,
Zo komen ook op de 60watts gloeilamp
Vliegen en torren af bij miriadenDenkend: waar ’t licht is is ’t lekker
De schrik van de torren ontlaadt zich
In miniscule stippen, hun altaren
Die zij bouwen op het glas van de gloeilampHoera! de herfst komt! veel duister
Veel lampen veel vleugelslag
Lezer onder je gloeilamp hef je hoofd op:
De trekvogels gaan, de uiltjes komen.
DiDi 116 | Sinterklaas
Het kan niet anders, op de laatste dinsdag voor 5 december: het thema Sinterklaas. Uit de bundel De mooiste Sinterklaasgedichten uit de Nederlandstalige literatuur koos ik Sinterklaasgedicht van Jan Kal.
De Prisma-reeks heeft een Rijmwoordenboek
van A.M.C. Ballot-Schim van der Loeff,
die daar de gard voor krijgt in plaats van koek,
want wat daarin staat stemt de Sint heel droef.Mijn truc is zo, als ik een rijmwoord zoek,
dat ik het ABC maar nemen hoef
en elke letter uitprobeer met -oek,
waarna ik alle clusters ook beproef.Soms doe ik met een dubbelrijm mij voordeel.
Maar nu ter zake: op de uitgang -okkel
geeft zij slechts brokkel, smokkel en getokkel.Maar kokkel, mokkel, sokkel, knokkel, sprokkel
heeft ze gemist, waarvoor ik haar veroordeel,
maar wel de zwartepiet naar ‘t Spectrum doorspeel.
You are currently browsing the DiDi blog archives for December, 2009.

